Op de dag dat de wereld zou vergaan maakte ik een wandeling. Een man met een grijze baard had het einde van de wereld aangekondigd op abri's die overal door de stad hingen. De dag des oordeels was vandaag, vertelde hij op televisie tegen twee interviewers van wie je aannam dat ze alletwee atheist waren. Zij die de genade van God hebben aangenomen door Jezus Christus als verlosser aan te nemen, zullen eeuwig leven in de hemel. Zij zullen verrijzen en hun kleren zullen op Aarde achterblijven. Ik zou worden verbannen naar waar het geween is en het tandengeknars.
Gelukkig had ik niet veel familie om dit feit aan mede te delen. Mijn ouders waren al sinds lang overleden en na de dood van meneer Pip, de zwart-witte poes, had ik geen nieuw huisdier meer in huis genomen. Mijn broer woonde sinds jaren aan de andere kant van het land en na de dood van mijn moeder kon er geen familiebegrafenis meer zijn waar we elkaar konden ontmoeten. Vijf jaar lang stuurde hij mij ieder jaar een levensteken in de vorm van een kerstkaart, mede ondertekend door zijn vrouw Dora, maar na even zovele jaren van zwijgzaamheid van mijn kant gaven ze dat op en was ik vrij.
Ik droeg mijn blauwe kostuum. Ik heb zeven blauwe pakken, één voor elke dag. Een kostuum moet in ieder geval in een blauwe schakering worden gedragen wanneer het bij de uitoefening van dagelijkse bezigheden op het gebied van financiën, rechtspraak, handel of politiek gebruikt wordt. Ik droeg altijd een blauw kostuum. De beste stof voor een pak is zuivere scheerwol; de onbeschadigde wol, geschoren van een gezond en levend schaap. De meeste jonge mensen realiseren zich niet dat zelfs in de zomer een kostuum van zuiver scheerwol verkoelend is. Wol ademt. De Franse soldaten van Napoleon vochten in wol in de verzengende hitte van de woestijn van Egypte. Ze verloren welliswaar, maar dat lag niet aan hun wollen uniformen, maar aan de enorme overmacht van Engelse soldaten onder leiding van Horatio Nelson. Woestijnvolken gebruiken meestal kamelenwol. Haar van kamelen of dromedarissen heeft een hoog isolatievermogen en is soepeler en lichter in gewicht. Mijn blauwe wollen kostuum droeg ik met een overhemd met een licht streepje en een iets donkere das. Ik was volkomen klaar voor de apocalyps.
Een dag voor de dag des oordeels kreeg ik een plastic tas van het Leger. In een brief vroeg het Leger of ik kleren over had voor het goede doel en of ik die dan in deze plastic zak buiten wilde zetten. De brief eindigde met de bepalingen van de gemeente waarop toestemming was gegeven voor deze actie en dat ik de zak op de steen moest zetten waar normaal de kliko werd buitengezet, omdat ik anders een boete van vijfenzeventig euro kon verwachten voor mijn charitatieve hulpverlening. Ik zou de zak met kleren 11 december, dat is morgen, op straat neer zetten, zodat hij tussen tien en twaalf uur opgehaald zou worden. Ik vroeg me af of het de bedoeling was dat ik de kleren van de herrezenen ging verzamelen en buiten voor mijn stoep zou zetten. En of God dan meelij zou krijgen met mij en me zou redden van daar waar het geween was en het tandengeknars.
Ik had dus geen echte reden om naar buiten te gaan, tenslotte kun je de apocalyps ook binnen in je luie stoel afwachten, terwijl je een sigaar rookt en whisky nipt. Maar omdat de meeste ongelukken binnen in huis plaatsvinden en dat misschien voor de apocalyps ook wel zo was, besloot ik buiten te gaan wandelen. Voor mij een ongewone wending van de dag, want ik loop altijd van zeven tot half acht een blokje om en inmiddels was het half vier in de middag.
Vandaag was een goede dag voor een einde van de wereld. God was barmhartig voor diegenen die niet op zijn feestje waren uitgenodigd. De zon had de hele dag geschenen en in de middag verschenen er enige schapenwolkjes aan de hemel, om het leed van diegenen die niet waren uitverkoren te verzachten. Voor december was het nogal zacht. De afgelopen dagen waren korte felle regenbuien over de stad getrokken. Ik besloot mijn wandelstok thuis te laten en mijn paraplu mee te nemen.
Sinds een aantal jaar merkte ik dat mijn evenwicht tanende was. Op een dag viel ik thuis zomaar om. Gelukkig had ik net het kopje thee op de tafel voor het raam bij mijn leesstoel neergezet. Ik wilde gaan zitten om de krant te lezen toen meneer Pip mauwend rond mij heen drentelde en ik mezelf op de grond voor de stoel aantrof. Ik kon mij niet herinneren hoe ik daar terecht gekomen was. Mijn handen zaten onder de aarde en roken naar zoete schimmel, als edelgerotte druiven. Een van de varens uit de serre lag op de grond. Mijn huisarts, een jonge man die zich niet lang geleden diep in de schulden had gestoken om de praktijk van de arts van onze familie over te kunnen nemen, kon niets vinden en weet het voorval aan ouderdom en het feit dat ik twintig jaar sigaren heb gerookt. Na die valpartij was ik niet nogmaals gevallen, maar merkte ik wel op dat ik soms wankel op mijn benen stond en mijn evenwicht maar net kon bewaren. Mijn ochtendwandelingen gingen steeds moeizamer, ik wandelde van bankje naar bankje zonder nog te genieten van de buitenlucht. Uiteindelijk kocht ik bij een hulpmiddelenwinkel een flaneerstok met Derby greep om mijn evenwicht te bewaren tijdens het wandelen.
In progress, wordt vervolgd.
maandag 12 december 2011
Abonneren op:
Berichten (Atom)